aanmelden
Short Scale-Bassen
Blog 04-01-2017 00:00

 

De komende tijd wil ik jullie wat vertellen over de bassen die ik zelf heb of gehad heb. Met persoonlijke meningen, verhalen, achtergronden, historie en wetenswaardigheden. Mijn Rickenbackers krijgen een apart hoofdstuk, net als de Gibsons en wellicht ook de Fender's? Burns? We zullen zien hoe ver we komen! Het eerste verhaal gaat niet over een bepaald merk, maar over bassen met een kort mensuur. Let op: deze verhalen hebben een hoog nerd-gehalte.

 

Short Scale-bassen. In het magazine verwijzen we de stelling dat ze alleen voor vrouwen en kinderen zijn graag naar het rijk der fabelen. Dat was het niet in de jaren '60 en dat is het nog steeds niet. De jaren '60? Yep. Noem een bassist uit de begindagen van de Britse Rock 'n' Roll en je zult merken dat ze allemaal met ongeveer 30” aan snaarlengte speelden. Ronnie Lane van The Small Faces op zijn Harmony's, The Kinks' Peter Quaife op een EB3, Stone Bill Wyman op een Fender Mustang, John Entwistle van The Who op een Danelectro Longhorn en natuurlijk Macca met zijn Höfner 500/1 vioolbas. Het zijn gewoon andere bassen met voor- en nadelen, maar ze zijn niet per se slechter of beter dan een bas met een normale mensuur. Daarnaast is een Gibson EB-3 niet te vergelijken met een Danelectro Longhorn en een Höfner vioolbas niet met een Fender Rascal. De laatstgenoemde voelt met zijn grote body en brede hals aan als een volledige bas en een vioolbas is maar een raar licht en kantelend ding op je lichaam en met een smal halsje. Een beetje hollowbody voelt enorm groot aan, terwijl een Mustang voor sommigen juist als speelgoed aanvoelt. Zet eens een EB3 naast een Fender P en je ziet dat het verschil in totale lengte nauwelijks verschilt. Een Danelectro Longhorn prop je echter zo in een gitaarhals.

 

Voor de nieuwelingen nog even twee basisfeiten. Een gemiddelde 'normale' bas als een Rickenbacker 4001/3, Fender P/J, Warwick en zeg maar 95% van de bassen heeft een mensuur of snaarlengte van 33,5” of 34”, een enkele vijf-/zessnaar is een of twee inch langer, je ziet hier en daar een medium scale-bas van 32” (Burns is hier goed in), terwijl short scale bassen met 30” a 30,5” ongeveer 10 centimeter korter zijn qua mensuur dan een Fender P of J. Zoals gezegd is de ene bas de ander niet, maar je kunt stellen dat de E- en A-snaar van de korte basjes iets minder strak klinken, maar de D en G juist wat voller en muzikaler. Ideale bassen voor melodieuze spelers die graag het hoog induiken dus.

 

Foute kleurtjes

Mijn ervaring, of gebrek aan ervaring, begon bij de aankoop van mijn allereerste bas in 1997. Ik wilde bas gaan spelen, maar ik wist alleen hoe ze klonken en dat ze vier snaren hadden. Een vriend ging alvast even kijken in de lokale muziekwinkel voor een startersetje en hij meldde me dat ik kon kiezen uit een zwarte of lichtblauwe Squier. Ik was en ben een fan van foute kleurtjes, dus in mijn hoofd had ik de lichtblauwe al gekocht... ...totdat ik in de winkel kwam. De blauwe Squier bleek short scale en dat werd door de winkelier en de vriend uitgesproken als een soort ziekte. Dit was een bas voor meisjes en kinderen en als ik deze zou kopen, dan zou ik nooit, nee nooit meer op een echte grotemensenbas kunnen spelen. Ik stapte al snel over mijn teleurstelling heen en ik kwam trots als een aap met heel veel geslachtsdelen thuis met mijn zwarte Squier Precision, een 25W-versterker, een kabel en een stemapparaat. Ik speelde jarenlang met plezier op deze bas, waar al snel een Amerikaanse Fender Jazz en een Epiphone Jack Casady bijkwamen. Het basvirus had goed toegeslagen.

 

Ergens tussen de Squier P en de Fender J viel mijn oog op een blueburst Danelectro Longhorn-heruitgave. Wat is het toch met die kleur? Ik vond hem geweldig, maar mijn vrienden niet. Hij was volgens hen én lelijk én weer getroffen door die enge aandoening: hij was short scale. Ik mocht hem van ze kopen, maar dan werd ik uit de band gezet. Natuurlijk was deze dreiging niet zo serieus, maar groepsdruk: wie is er niet gevoelig voor?

 

De combinatie van Chris en short scale bleek niet te mogen. Via een ruil kreeg ik een mooie '76 Fender Musicmaster Bass in handen. Deze was mooi vergeeld wit, fijn licht en hij klonk te gek. De brug zit bij een Musicmaster en Mustang helemaal tegen de achterzijde van de body aan en de hals zit bij de 14e fret aan de body, terwijl dat bij bijvoorbeeld een Gibson EB3 pas bij de 18e fret is. De snaarlengte is vrijwel hetzelfde, maar de Fenderhals is stukken korter en smaller. Ik speelde in die tijd voornamelijk op de enorme, long scale Epiphone Jack Casady Signature Bass, het Fendertje voelde dus wel erg klein en ik verkocht hem. Stom.

 

Starfire

Niet lang daarna sloeg het short scale-virus toch toe. Als Who-fan wilde ik per se een bas in SG-vorm, dus de eerste short scale die ik kocht en wél veel bespeelde was een Gibson EB3 uit eveneens 1976. Al snel volgden er een '90s heruitgave van de Guild Starfire Bass, nu DeArmond genaamd. Met de laatste speelde ik enorm veel live en met de eerste wat minder. Op de een of andere manier klonk de EB niet fijn over de meester moderne versterkers. Het was alsof de sound wat geknepen werd. Op een dag was prikte ik hem in een buizentop, die aangesloten was op een oude, gare 4x12”-gitaarkast... ...en de bas kwam tot leven! Wat een sound. Opeens snapte ik het. Alle EB3-spelers, zoals Jack Bruce, Pete Quaife en Andy Fraser bespeelden hun EB3 via een Marshall-buizentop en inderdaad een 4x12”. De Fender J, de EB3, de Starfire en de JCS zijn inmiddels allemaal weer verkocht. Zo blijft het. Als ik iets zat was, moest deze plaats maken voor wat nieuws.

 
DeArmond Starfire

Foto: De DeArmond Starfire met Boilersuit in Paradiso

Via een vriend tikte ik een onbekende en onbeminde '76 Rickenbacker 3001 op de kop. Een long scale-bas, met één element en een geschroefde hals. Via deze bas kwam ik Stone Roses' Gary 'Mani' Mounfield op het spoor, die met de korte variant van deze bas inmiddels bij Primal Scream speelde. Hij had een fantastisch geluid en ik kocht al snel twee van deze 3000's, beide uit 1976. In die tijd kon dat nog voor pakweg 400 euro per stuk. De mapleglo 3000 werd mijn hoofdbas, de crèmekleurige leende ik uit en die persoon wilde hem meteen kopen. Ik speelde lang en vaak op de 3000 en ik kreeg veel goede reacties over de sound. Toch zijn alle drie de Ricks inmiddels weer verdwenen, maar ik kom hier op terug in mijn Rickenbackerverhaal. Ik stapte voor een periode weer over op long scales: Fender P's, Burns en een '76 Gibson Thunderbird.

Rickenbacker 3000 

Foto: De Rickenbacker 3000 met Boilersuit in Victorie Alkmaar - Toen nog Atlantis

Longhorn

Na jaren op long scales te hebben gespeeld, testte ik voor De Bassist een Gibson SG Reissue Bass en ik was op slag verliefd. Het halselement was warm en romig, het brugelement haast Fender-achtig, het is een prachtige bas om te zien en ook nog eens zeer veelzijdig. Ik speelde veel op deze bas en zo goed als het hele debuutalbum van mijn oude band The La La Lies is er mee opgenomen. Toch moest deze bas het veld ruimen, want ik kon voor een zeer scherpe prijs een prachtige oude Rickenbacker 4001 kopen en ik had de money's nodig. Ik koop zelden bassen terug die ik al gehad heb, maar een SG Reissue Bass móet er nog een keer komen.

Gibson SG

Foto: De Gibson SG Reissue Bass met The La La Lies in het Paardcafé in Den Haag


In dezelfde tijd kwam er een heruitgave van de Danelectro Longhorn in de mooiste kleurstelling: Copperburst. Ik kocht hem, gebruikt voor slechts 200 euro, en ook dit werd een bas die kilometers maakte. Met The La La Lies speelde ik met deze bas tijdens onze vele Popronde-optredens en diverse malen in Paradiso. Qua geluid is de Longhorn top. Warm, vol, melodieus, maar hij prikt als een Fender P door de mix en iedere geluidsman was er dolblij mee. Mijn basspel bestaat uit pakweg 10% talent, zeker 7% techniek en zo'n 83% uit poseren met de bas. En daar is de Dano te gek voor. Je gooit het lichte ding zo de lucht in en als er één 'poserbas' is, dan is het deze wel. De Dano is er nog en blijft. Het mooiste aan de Dano was echter de reactie van het publiek. Na werkelijk ieder Popronde-optreden kwam er iemand naar me toe om te vragen of het een echte oude was. Iedereen had herinneringen aan deze bas. Sommigen hadden er zelf een of zelf een gehad en anders waren er wel verhalen over Jack Bruce, Tom Petty, Rinus Gerritsen, Frank Kraaijeveld en John Entwistle.

Danelectro Longhorn 

Foto: De Danelectro Longhorn Reissue met The La La Lies op Stadsstrand De Kade in Alkmaar

Tussendoor kwamen er nog wat short scales voorbij, zoals een Yamaha uit de jaren '60 en een grote holle Vox uit '67, die beide weer naar een volgende eigenaar gingen. Ik kocht een Fender Musicmaster uit '78 en later een CIJ Fender Mustang met Competition Stripes uit '94, die in de collectie blijven. Ik had het tegenvallende gevoel van mijn eerste '76 Musicmaster nog en ik ben op een beurs eerst eens met een te dure Mustang op de foto gegaan om te zien of het qua grootte en looks wel bij me paste, haha! Triest? Een beetje.
Ook voor de Epiphone Rivoli-reissue met later ingebouwde Darkstar gaat niet weg, evenals de bas met de mooiste naam ooit: de Firebird Red Gretsch G6199B Billy-Bo Jupiter Thunderbird Bass. Het is bijna poëzie. Een goedkope korte Gretsch kwam en ging.

Fender Musicmaster 
Foto: De '78 Fender Musicmaster Bass. Opnames HHWLP met Dan Birch bij Tamminga Music Productions in Heerhugowaard

Fender Mustang

Foto: '94 CIJ Fender Mustang Bass. Opnames Cirque de Juliette in Kompleks in Heerhugowaard

Squier Vista Musicmaster Bass

De laatste tijd speel ik vaak akoestische sets, Americana- en singers-songwriter-optredens en inmiddels heb ik enkele Duitse en Chinese Höfners tot mijn beschikking, die lekker warm, kort, houtig en zoet klinken. Maar toch wil ik nog even terugkomen op die lichtblauwe korte Squier die ik dus niet kocht. In de zoektocht naar de inmiddels aanwezige Fender Musicmaster en Mustang kwam ik er achter dat Squier in 1997 de Vista Musicmaster had. Ze waren leverbaar in wit, zwart, roze en lichtblauw, allen met in kleur meegespoten kop. 1997 was het jaar dat ik begon te bassen en eindelijk wist ik welke bas er destijds door mijn neus geboord werd. Vriend Bert Heitling tipte me een witte, maar die was net verkocht, daarna zag hij een zwarte voorbijkomen, maar de Engelse eigenaar wilde de bas niet versturen. Het was weer Bert die me dus voor de derde keer een Squier Vista Musicmaster tipte. Een lichtblauwe! Hij stond net drie minuten te koop op basgitaarforum.nl toen ik het zag en hem meteen kocht. Mijn eerste liefde was na een kleine 20 jaar eindelijk in mijn bezit, om niet meer weg te gaan. Ik beschouw mijn '78 Rickenbacker 4001 en mijn '76 Thunderbird als mijn 'kindjes', maar eigenlijk speel ik het liefst lekker melodieus op zo'n warme short scale. Van de week nam ik op met Cirque de Juliette, met de '94 Mustang en een moderne Duitse vioolbas. En dat was fijn.
Chris Dekker

H�fner vioolbas

Foto: De Höfner 500/1 met Cirque de Juliette in de Supermarkt in Den Haag