aanmelden
Fender
Blog 28-03-2017 00:00

 

Na verhalen over short scales en mijn Rickenbackers, wil ik het dit keer over mijn Fenders hebben. 'Ik ben geen Fenderman,' zeg ik altijd, maar sinds relatief kort heb ik er toch weer twee en in totaal zijn er zo'n 15 Fenders en Squiers langsgekomen, waarvan de meeste weer vertrokken zijn.

Soms word ik er een klein beetje moedeloos van als ik bij De Soundcheck voor De Bassist weer een bassist tref met een Precision en een Ampeg. Dat dat een bewezen combi is weten we inmiddels wel, maar gelukkig blijven de persoonlijke verhalen altijd anders en bijzonder. Denk aan de oude '70 Precision die het leven van Paz Lenchantin (in de komende DB#40) veranderde, maar ook Ivo Severijns die pas na jaren 'toegaf'. Gelukkig zijn er zoveel andere goede bassen en combinaties en die komen regelmatig voorbij.

In de baswereld kun je gewoon niet om Fender heen. Leo maakte de eerste productiebas en zo ongeveer iedere bas wordt qua halsbreedte, mensuur en elementen vergeleken met de P of J. Ik heb mijn meeste optredens, en dat zijn er honderden, gespeeld op de '76 Gibson Thunderbird, een Rickenbacker 4001, Höfners en een Danelectro, maar zeker ook op een P. Ik hou van Jazz-halsjes, maar van het P-geluid. Een combi zou voor mij ideaal zijn.

Mijn eerste bas was een zwarte Squier Affinity P. Ik wist echt niks van bassen en een vriend vroeg of ik een Precision of een Jazz had gekocht. Ik had wel eens jazz op tv gezien en ik dacht aan van die grote, holle bassen. Ik antwoordde dus dat het een Precision was en dat was per ongeluk goed. Ik speelde lang op die bas, maar ik had mezelf iets beloofd: 

'Als ik bas spelen leuk vind, dan koop ik een 'echte' Fender.'
Al snel stond er een hagelnieuwe Amerikaanse Jazz Bass, naturel met palissander toets, thuis en dat was eigenlijk een beetje een teleurstelling. Ik vond het smallere halsje fijn, ik viel voor de looks, maar deze bas was wat hoger afgesteld dan de P. Bepaalde loopjes waren lastiger te spelen en ik had geen idee dat er zoiets als 'afstellen' bestond. Daar kwam ik achter en al snel speelde de Jazz toch fijn. Al snel werd ik gepakt door het Gibson-virus en er kwam eerst een Epiphone Jack Casady en later een Thunderbird. De Jazz verdween.

Tussendoor was er nog de reissue CIJ Paisley Precision. Yep, die opzichtige roze. Prachtig vind ik hem! Ik kocht hem zeer goedkoop, nieuw, want hij stond al jaren in een winkel. Ik monteerde de juiste chromen kappen en het was een plaatje! Ik ben nog nooit een slechte Japanse Fender tegengekomen, maar deze was echt niet fijn qua sound. Nadat ik er een aantal keer mee op de foto stond (ik had een matchend roze paisley sjaaltje!) ging ook deze weg.

De paisley zonder kappen
Foto: De Paisley P zonder de kappen. Met Boilersuit, maar zonder het bewuste sjaaltje. Dit was in R17 in Grootebroek

De paisley met kappen
Foto: De Paisley P met kappen. Ook de Orange is verdwenen en de Selmerkast is een drankkast.

Fiesta Red

Op een dag werd mijn indieband Boilersuit een trio. De sologitarist verdween en we bleven achter met drums, bas en gitaar/zang. Dat was wel fijn, want ik kon de boel heerlijk opvullen met melodieuze lijntjes en soms zelfs solo-achtige partijen. Op dat moment speelde ik veel op de warme, zompige short scale DeArmond Starfire (by Fender). Dat klonk prima met twee gitaren, maar met nog maar één gitaar over, had ik het gevoel dat er teveel ruimte zat tussen de hoge gitaar en de lage bas. Ik was destijds een beetje uitgekeken op de P, maar op een dag liep ik mijn lokale winkel, North End Heerhugowaard, binnen. Daar stond een Mexicaanse '50s P. In Fiesta Red, met esdoorn toets en de gouden slagplaat. Ik viel meteen voor die best foute combi. Op de Fendersite is de bas rood, maar in het echt hangt het van natuurlicht of kunstmatig licht af en hij is dan roze of oranje. Ik verkocht een bas en ik kocht de '50s P. Deze viel lekker op tussen alle zwarte P's en ik kreeg er veel reacties over. In de band had ik meteen meer mid en de gitaar en de bas kwamen dichter naar elkaar toe, wat fijner klonk. Ik ben meer een palissander-man, maar toch beviel de esdoorn toets goed. Met alles open is ie fel en punky, iets wat later bij The La La Lies van pas kwam, en met de toonknop ietsje terug kom je meer in palissanderregionen. Het enige dat ik lastig vond aan de '50s P was de hals die 44mm breed is bij de topkam. Om een idee te geven: Mijn Tbird is 36mm, een Jazz 39mm, een moderne P 41mm en een beetje vijfsnarige bas is, met 45mm, maar een millimeter breder dan de P!

De eerste Fiesta
Foto: De eerste '50s P in Fiesta Red, met Boilersuit op het grote podum van Paradiso


In die tijd leed ik aan het Ark van Noach-syndroom. Ik wilde voor alles een back-up. Ik had een SG Reissue Bass en een EB3, een '64 Burns Vista Sonic Bass en een moderne Engelse Burns Shadows Bass. Er moest dus nog een P bijkomen en ik kocht nog een '50s P in een blonde uitvoering. Die bas was echter té mooi. Het hout tekende prachtig door de blonde lak heen en het was te weinig werkpaard.

De blonde P
Foto: De Blonde, die al snel verkocht werd. Dit is in een voormalig appartement.

Boekertje
Foto: Ik had bij het maken van de foto niet door dat wijlen Booker T. achter de bas stond!

Ik verkocht hem en er kwam een standaard Mexicaan voor terug, in Lake Placid Blue, met palissander toets. Heel maf: Deze bas was voorzien van een witte slagplaat. Een vriend had een mintgroene (zeg maar een vergeeld-witte) liggen, ik monteerde deze en samen met het blauw bleek dit veel mooier te staan. Het blauw leek veel dieper! Deze slagplaat had echter een extra gaatje en ik monteerde a la Leland Sklar een producer-switch. Een klein schakelaartje die niets doet, behalve vragen oproepen.

De blauwe P
Foto: De Mexican Standard P in Lake Placid Blue in Cajen Enkhuizen

Zoals jullie inmiddels weten, wissel ik nog al eens van bas. De eerste zwarte P staat nog ergens bij een bekende, maar de rest verdween weer. Ook de tweede Fiesta Red '50s P. De eerste werd ooit gestolen en met verzekeringsgeld kocht ik een nieuwe terug.

De tweede fiesta P
Foto: De tweede Fiesta Red P, ergens met The La La Lies. Waarschijnlijk Zomerpop in Opmeer.

Humbuckers

Helaas werd er nog een keer een bas van me gestolen. Zowel deze bas, als de hierbovengenoemde P, had ik uitgeleend toen ze gejat werden. Ik heb altijd wel twee handen vol bassen staan en ik leen vaak bassen uit aan jonge mensen met weinig geld, mensen die een bepaalde bas willen proberen of opnames. Zo staan mijn bassen op cd's van Kane en Yorick van Norden, ze stonden op Lowlands en in AB in Brussel. Soms komen mijn bassen verder dan ik haha.

Als Gibsonliefhebber zag ik ooit de Squier Tele Bass met humbucker staan. Hij was goedkoop en leuk, dus ik kocht hem. Ik gebruikte hem niet veel en dit keer had ik hem uitgeleend. Hij werd gestolen en toen ik verzekeringsgeld kreeg, kwam Fender net met de Chinese Tele Bass met twee humbuckers. Ik hoef jullie natuurlijk niet te vertellen dat twee humbuckers beter zijn dan een. Ik kocht deze in butterscotch en wat een bas! Ik speel thuis te weinig, maar deze bleef ik pakken. Ik zette er een paar andere knoppen op en wat was dat een fijn ding! Het was een goedkope Chinese Fender, de potmeters waren niet zo goed, de tuners ook niet, maar de rest. In die tijd had ik echter een luxeprobleem. Naar de optredens van The La La Lies ging steevast met de '76 Thunderbird en de '73 Rickenbacker, die later werd omgeruild voor een '78er, maar daarover in een volgend verhaal meer. De Tele Bass was dus de derde keus en ging daarom zelden mee. Ook deze werd weer verkocht.

os en boterschots
Foto: Met mijn duo Octave Species op een, toen nog, Koninginnedag in het Luipaardpark in Heerhugowaard. Vandaar het shirt.

LLL Hedon
Foto: Met The La La Lies in Hedon, Zwolle


Een paar weken lang was er een American Standard P te logeren. Best een mooie, in cremewit met tortoise plaat. Het was niet 'mijn bas' qua sound, maar wel een plaatje om te zien. Ik speelde daar één optreden op, Rene Gesink maakte prachtige foto's en die kwamen in het cd-boekje van het debuutalbum van The La La Lies terecht... ...dat ik inspeelde op een Gibson SG Reissue Bass.
Momenteel heb ik een kleine, maar leuke collectie bassen, maar geen P. Een schande? Eigenlijk wel.

Witte P
Foto: Een van de foto's in Victorie Alkmaar, die in het cd-boekje terechtkwamen. 

Musicmasters
Over de kleine Fenders heb ik het gehad in mijn short scale-blog, maar voor degene die dat niet heeft gelezen, de korte versie, met wat andere info. Door een ruil kreeg ik ooit een prachtig vergeeld-witte '76 Musicmaster in handen. Ik speelde destijds op een Epiphone Jack Casady en de MM leek en voelde enorm klein. Ik verkocht hem, wat achteraf dom is. Het was een mooi klinkend en mooi licht exemplaar. Nadat ik op Vintage Veenendaal op de foto ging met een vintage Mustang, zag ik dat ik het wel kon hebben. Zelfs nu ik wat zwaarder ben dan twee jaar geleden. Ik vond al snel een lichtblauwe Squier Vista Musicmaster en later nam ik van Willem, een vriend, een goed gehavende '78er over. Deze '78er ziet er uit alsof ie een jaar onder water heeft gelegen. De lak die er nog op zit is helemaal craquelé. Als ik hem uit de tas haal liggen er stukjes lak onderin de tas en tijdens het spelen lijkt het alsof ik last heb van zwarte roos. Het rare is dat de hardware als nieuw is en de hals ook. Het is dus echt de lak. Ik be wat gaan googlen en ik vond nog twee zwarte en een witte, alle drie uit '78 en alle drie met hetzelfde euvel. Vreemdgenoeg vond ik er nog een, maar die bleek uit '76 te komen. Ik vroeg de eigenaar om het serienummer en natuurlijk was het tóch een '78er. Waarschijnlijk is er in die tijd een verkeerde lak geprobeerd. Je komt af en toe een Strat of Jazz tegen die een beetje hetzelfde heeft: de zwarte lak is gebarsten, het slaat soms een beetje wit uit en en hier en daar zelfs met een blauwe gloed. Daarover zo meer. Ik hou de spanning er wel in he?

Chris met MM
Foto: In de studio met de MM, met de oude knoppen en het originele element

krrakkelelelele
Foto: Nieuwe knoppen, een lipstick en hier is duidelijk te zien hoe de lak er aan toe is


De lichtblauwe Musicmaster had in plaats van het Vista-vierpolige element een '70s Musicmaster-element. Dit is gewoon een zespolig Strat-element, onder een dichte cover. Dit lijkt raar, maar meer bassen hebben een gitaarelement. Sommige Duesenbergs, alle Danelectro's, de Rickenbacker-toaster, et cetera. De Squier klonk dus niet heel anders dan de '78er. Op een dag had ik voor de test een Fender Rascal Bass thuis. Een short scale-bas, maar met een brede hals en een grote body. Deze bas is net zo lang als een Fender P/J, omdat er nog een stuk body na de brug komt. De Rascal heeft drie lipstick-elementen en de middelste zit op dezelfde plek als het enige Musicmaster-element. Het viel me op dat de Rascal wat P-achtiger klinkt, dus ik heb een Seymour Duncan-lipstick 'for Strat' in het basje laten solderen door een vriend. Hij klinkt nu wat anders dan de lichtblauwe. Iets feller en fijn. Onlangs nam ik van Ivo Severijns een tortoise slagplaat over en die komt er binnenkort op.

mm en rascal
Foto: Hier zie je goed hoe verschillend short scale-bassen kunnen zijn. De Rascal was een testbas voor het magazine

Marja
Foto: Marja doopte de bas Baby Blue en ze leende hem een tijdje voor haar band Uncle Jimmy. Nu is de bas uitgeleend aan zangeres en bassiste Amelia Krebs. Een favoriet bij dames dus

mm en mm
Foto: De Squier met een jaren '70 Musicmaster Bass Amp. ook hier had ik er ooit twee van. Fantastische versterkers, die door bijvoorbeeld The Black Keys voor gitaar en bas worden gebruikt. Nu doet een Ashdown CTM-15 het lichte buizenwerk

 

Blauw
Op een dag whatsappte vriendin Anne Groen me. Zij had de zwarte Musicmaster geleend. 'Je bas is blauw.'

'Hoe bedoel je?' Vroeg ik.

'Gewoon, je bas is nu blauw.'

'Heb je hem overgespoten?'

'Nee, hij is opeens blauw.'

Ik vroeg of hij in de zon had gestaan, maar dat was niet zo en de body was rondom blauw. Ik werd er verder niet veel wijzer van, maar ik zag Anne een paar dagen later op de Muzikantendag in Q-Factory. Ze had de bas mee, ze pakte hem uit de gigbag en inderdaad: de zwarte lak was helemaal blauw verkleurd. Het was geen kwestie van leuk vinden of niet. Het was zo, het was anders en ik kon er verder niet meer over zeggen.

Een week later whatsappte Anne weer. 'Je bas is nu weer zwart'.

Het leeft.

Anne Groen
Foto: Waarom staan anderen altijd beter met mijn bassen? Tegen Elite-model Anne Groen kan ik nét niet op

Mustangs met Competition Stripes
De zoektoch naar een Mustang bleef doorgaan. Oud of modern? Als het maar betaalbaar was. Een oude met competition stripes is niet te betalen en een nieuwe is niet te vinden. En als je er al een vindt, moet hij uit de VS of Japan komen en betaal je veel voor vervoer en belasting. Op een ochtend tagde DB-medewerker Jurren Mekking me. Een Britse winkel had een '94er uit Japan. CIJ, Crafted in Japan voor kenners. Ik hoefde geen moment te twijfelen. Hij was spotgoedkoop en mooi en een week later stond ie hier. De kleur is Ocean Turquoise Metallic, net als de Rascal Bass. Dat is een Custom Colour, oeps, Amerikanen, Color dus, die Fender eind jaren '60, begin jaren '70 gebruikte. Niet op de Mustang, maar de kleur lijkt eigenlijk weer op een vergeelde versie van Lake Placid Blue, waarin de Competition Stripe wel werd geleverd. De strepen zijn ook ietsje geler, dus ik vermoed dat Fender bewust een vintage LPB Mustang wilde namaken. Een van mijn bashelden, Nicolas Godin van Air, speelt live op exact deze kleur. Momenteel zit er een Nordstrand split-element in en is hij voorzien van flatwounds die La Bella speciaal voor de Mustang maakt.

Chris met Mustang
Foto: De CIJ Mustang in Ocean Turquoise Metallic

En die P? Die komt vast een keer. Sponsors en gitaarbouwers mogen me mailen.

Fiesta en Hiwatt
Foto: De tweede Fiesta Red P, met de Hiwatt die er nog altijd is

Chris Dekker