aanmelden
Versterkers - van Vox naar Hiwatt
Blog 07-03-2017 00:00

 

Versterkers

 

Qua versterkers ben ik iets trouwer dan met bassen, maar toch passeerden er in een kleine 20 jaar diverse de revue. Ik speel het liefst op buizenversterkers, hoewel ik de laatste jaren met de trend ben meegegaan dat lichter makkelijker is.

 

Mijn allereerste versterker was een klein oefen-Fendertje, dat ik samen met mijn eerste Squier kocht. Ik denk dat het ding 25W was en ik moest op een kleine zolder opboksen tegen een drumstel. Ik kwam er achter dat 'ie iets harder ging als ik ook alle toonknoppen opendraaide, dus maandenlang was mijn instelling 'alles open'. Ik moest dan nog hard aanslaan. Ik brak in die tijd dus wel eens snaren en het duurde jaren, voordat ik leerde zachtjes aan te slaan. Met de komst van een Höfner heb ik dat pas echt geperfectioneerd.

Warwick Warwick
Foto: Een Warwick via een Warwick

Ik kwam er achter dat ik een zwaardere amp nodig had en de keus viel op een Fender BXR 200. BXR staat hierbij voor Bass Extended Range, maar mijn lokale winkelier noemde het een 'B maal R'. Deze loeizware combo voldeed prima aan zijn taak, maar ik krijg nog pijn in al mijn ledematen als ik denk aan die keren dat we hem de vlizotrap op en af moesten krijgen naar onze oefenzolder. Na jaren trouwe dienst verkocht ik het enorme ding.
Live speelde ik altijd op de versterker van de zaal. Dat was best fijn, want je leert een geluid uit iedere versterker te toveren en je gaat merken wat wel en niet bevalt. Ik merkte dat ik meer van de 4x10” dan de 1x15” ben en dat ik overal wel een redelijke sound uit kon krijgen, behalve uit aluminium Hartke-speakers.

 

Vox AC50
Ik speelde destijds met mijn buurjongen Ingmar op gitaar. Zijn broertje zou later de drummer van mijn band The La La Lies worden. Volgens Ingmar moest ik een 'buizenversterker', maar in die tijd wist ik en niet wat het was en er was nauwelijks keuze. Het was wederom Marc Driessen (zie het Rickenbacker-blog) die me op de Vox AC50 wees. Een 50W-buizenbak uit de jaren '60. En dan kom ik meteen op het volgende punt. In die tijd, en nog, was/is er weinig verschil tussen versterkers. The Beatles gebruikten allemaal een AC50, met slechts een ander type speakerkast voor bas. The Shadows gebruikten een AC30 voor bas en zo ongeveer iedere Britse '60s-band gebruikte Marshall-tops en -kasten voor gitaar en bas. De Marshall-top is gebaseerd op een Fender Bassman en de eerste 4x12”, toen zelfs nog als 8x12” verkrijgbaar, was ontwikkeld voor bas. Idem met Ampeg. Bands als The Faces en The Stones gebruikten SVT's en 8x10”'s voor zowel gitaar, bas als toetsen. Hiwatt, tenslotte, maakt geen onderscheid tussen gitaar- of basversies. Er zijn alleen verschillende vermogens. Een moderne Ashdown CTM15 is niet heel anders dan een Vox AC15 en mijn mening is dat een buizenversterker gewoon je signaal versterkt. Voor betere basweergave heb je wel een andere kast nodig. Natuurlijk zijn moderne basversterkers helemaal voor bas ontworpen, maar een qua buizenbakken kan alles voor alles.

Ik moet nu denken aan die keer op de Uitmarkt in Amsterdam. Er stond een backline klaar en de basversterker was er zo een met heul veul knopjes en schuifjes en na minuten klooien, had ik nog geen goed geluid. Op dat moment hield de versterker er met een droge plof mee op. Er stond ook nog een Fender Twin op het podium. Ik plugde mijn bas in en het was meteen goed. Er moest wat laag in en ik zette hem niet te hard om de speakers te ontzien, maar ik had een prima geluid. Als Rinus Gerritsen Radar Love kan opnemen met een Twin, dan mag ik er de Uitmarkt mee doen, toch?

Musicmaster
Foto: Dit '70s Musicmaster buizenbakje is fantastisch, maar inmiddels vervangen door en CTM15 van Ashdown

voxje
Foto: Dit Voxje, een transistor-heruitgave, was jarenlang mijn kleine amp 'to-go', ook voorop de fiets. Hij is nu echter toe aan een reparatie 

De AC50 was dus prima voor bas, hoewel mijn keuze in kasten in het begin niet top was. Ik vond spotgoedkoop twee oude jaren '60 Vox Foundation-kasten met 18”-speakers. Alles flapperde en klapperde, maar de bassound was behoorlijk ongedefinieerd. Daar zit nog een mooie anekdote aan vast. Op een dag kwamen we Atlantis Alkmaar binnenlopen voor een avondje met lokale bands. Victorie heet dat nu trouwens. Bij binnenkomst werd ons medegedeeld dat onze backline de backline van alle bands was die avond. Wij wisten van niks, maar het was aan alle bands doorgegeven. Als wij 'nee' zouden zeggen, dan kon verder niemand spelen, dus we moesten wel. Voor het blok gezet worden heet dat. Ik klonk, op mijn manier, best prima met de dikke Burns Vista Sonic, de AC50 en de 18”-kast. Ongedefinieerd, maar warm en lekker dik voor onze indie-/Britpopsound. Na ons kwam er echter een soort Red Hot Chili Peppers-funkband. De bassist plugde zijn actieve Jazz Bass in en begon als een gek te slappen. Mijn 18”-kast reageerde veel later met een soort boer. Of scheet. De bassist slapte en popte met een verbeten kop nog een paar noten en mijn versterkercombinatie zuchte. Het was geen match. De bassist werd enigszins boos op mij vanwege mijn inferieure spul, maar hey... wij wisten ook niet dat dit zou gaan gebeuren. Later kocht ik eerst een moderne Kustom Tuck 'n Roll 4x10”, die later werd vervangen door een Ampeg 410. De combi van oude buizenbak met moderne 4x10” was top.

AC50 Tuck
Foto: De '64 AC50 opde Kustom Tuck 'n' Roll-heruitgave

 

De AC50 was ideaal. In tegenstelling tot een transistorbak van 50W, bleek deze buizenbak zwaar genoeg voor de meeste optredens en ik stond er zelfs mee in Paradiso. Het grote voordeel was de toonregeling. Het ding had per kanaal drie knoppen. Volume, hoog en laag. Geen mid. Het was dus en kwestie van volume bepalen, een toon aanslaan en met twee handen de twee knoppen zo verdraaien tot je geluid goed was. En dat was ie altijd. Toen men de Vox bouwde in '64, dacht men dat rock 'n' roll niet zo lang meer zou duren en het was zeker niet de bedoeling dat zo'n amp 50 jaar mee zou gaan. Er ging dus steeds iets kapot. Omdat de AC50 wel eens rookte, had ik een zeer goedkope Ashdown MAG300 als back-up. Een prima amp, die het geheel wel veel kleurde. Maar de Vox: als het ene gemaakt was ging het andere weer stuk en uiteindelijk verkocht ik hem aan een voormalig bandlid, die hem een rustiger leven gaf in zijn thuisstudio.

 

Orange
En ik? Ik kocht een Orange AD200B MkIII, met bijpassende 4x10”. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat dit de best klinkende basversterker is en de reden dat ik hem toch verkocht, komt straks. De Orange is voor een buizenbak van redelijk normale afmetingen, hij is tilbaar en de toonregeling is simpel. Ik haat knopjes en ik baalde wel een beetje, dat ik nu ook mid en gain had. Twee knoppen meer. Instellen ging echter intuïtief en simpel. De Orange deed jarenlang goede dienst, maar ik wilde wat anders. Als groot The Who-fan zag ik steeds die prachtige Hiwatts in beeld, als ik dvd's keek en ik moest en zou een Hiwatt. Deze verschilt niet erg van de Orange, maar in plaats van een printplaat te hebben, is deze handgesoldeerd. Op een dag verkocht ik mijn hele Orange-set en ik kocht een Hiwatt DR201, eveneens 200W, eveneens met vier enorme KT88-buizen, en met een bijpassende 4x10”. Ik had meteen twee problemen. De DR201 had nóg een knop extra, presence, en het ding is enorm groot en enorm zwaar. Met de wetenschap dat de 50W van de Vox genoeg was, had ik misschien een 100W-versie moeten kopen. Ik hou zelf ook meer van de wat lichtere Ampeg V4-B dan van de enorme SVT.

orange
Foto: De Orange met matching 4x10" en vloekende Fiesta Red '50s P

Tussendoor had ik nog even een jaren '80, 100W Hiwatt met EL34's, maar die verkocht ik aan Jurren Mekking, die jaren later medewerker van De Bassist zou worden.

hiwatt tbird
Foto: De Hiwatt DR201 met 4x10" en de tijdelijke 100W bovenop. Vooraan mijn #1-bas, de '76 Thunderbird

Op een Zweedse instrumentbeurs kwam ik de mensen van Hiwatt tegen. Ze wisten dat ik op Hiwatt speelde en ik vertelde over mijn liefde voor Hiwatts en al helemaal voor de Custom-versies van The Who en andere bands. Op het frontpaneel van die van Entwistle stond 'The Ox' gegraveerd. Pete had er simpelweg 'The Who' op staan en Jimmy Page, van het toiletpapier, had er simpelweg 'Jimmy Page' op staan. Een paar weken later kwam er een pakketje binnen. Daarin zat een nieuw frontpaneel voor de DR201 met 'Chris P.' er op!

hiwatt plaatje
Foto: 'Chris P' in goed gezelschap. De andere drie zijn webplaatjes


Toegift
Ondanks gewicht en grootte speelde ik jarenlang op de fantastisch klinkende én uitziende Hiwatt, maar ik had nog een probleem. De optredens werden steeds groter, de monitorsystemen steeds beter en steeds vaker vroeg de geluidsman of mijn amp ietsje zachter kon: 'Je krijgt wel wat meer over de monitor.' En de Hiwatt en de speakers van de 4x10” klinken pas lekker als ze flink op hun donder krijgen. Regelmatig liep ik naar mijn versterker toe om dichtbij te merken dat hij inderdaad aanstond. Op een dag vergat ik tijdens de toegift mijn versterker van stand-by te halen en ik had zoveel monitor, dat ik het niet doorhad.

hiwatt p
Foto: Maple neck P en Hiwatt. De Entwistle-combinatie

Rond die tijd kreeg ik een e-mail van Hans-Peter Wilfer, het opperhoofd van Warwick. We hadden net de Hellborg-versterkers getest en hij vroeg wat ik er van vond. Ik vertelde hem dat onze Remus ze had getest en dat ik alleen maar kon zeggen hoe cool ik de roze lampjes vond. Ik had hem zelf niet gehoord. 'Je moet er een proberen,' drong HP aan. 'Weet je wat? Ik heb hier een beschadigd beursexemplaar van 250W, met een 2x12”. Die stuur ik naar je op. Je krijgt hem niet, maar je hebt hem gewoon in permanente bruikleen. Tegen niemand zeggen he?'

hellborg Vondel
Foto: Met de Hellborg en de T-bird in het Vondelpark

Twee dagen later stond de set op de stoep en wat is dat een fijne amp! Rond, warm, clean, maar nooit klinisch en qua vermogen net genoeg voor een stevige rockband. Oh en hij heeft roze lichtjes! De 2x12” kast voldeed niet helemaal en HP stuurde nóg een 2x12” op. Vanaf dat moment speelde ik met The La La Lies met deze set. Van het voorprogramma van The Manic Street Preachers in Paradiso tot de Popronde en van 3FM tot Noorderslag. Die keer in Paradiso had ik maar één 2x12” mee en die verbleekte enigszins bij de vier (!) Ampeg 8x10”-kasten en de vier SVT's van Nicky Wire. De Hiwatt heb ik nog, maar die staat al jaren onder een bureau.

hellborg Rick
foto: Hellborg en de inmiddels geruilde '73 Rickenbacker 

hellborg selmer
Foto: De oude Selmer is defect en bevat geen binnenwerk. Dit stond wel leuk, maar de Hellborg-top stond achter de kasten te blazen

Rock 'n' Roll in Nederland
Momenteel doe ik veel kleine, akoestische gigs. Daarvoor gebruik ik veelal de allerlichtste en zeer goedkope Warwick BC10 van een dikke, enorme 10W. Deze past op de voordrager van mijn fiets, de bas gaat op de rug... rock 'n' roll in Nederland. Voor opnames gebruik ik meestal een Ashdown CTM15. Eigenlijk een soort Vox AC15-top. Deze klinkt heerlijk en kan een prachtig buizenrandje aan de sound geven.

mini amp fiets
Foto: Momenteel mijn meestgebruikte versterker. De BC10 gaat mee op de fiets en de vioolbas gaat op de rug

 

Good old Trace
Ten slotte wil ik mijn eer nog betonen aan een bijzondere versterker. Wij oefenden jarenlang in een bunker van het voormalige militaire vliegveld van Bergen. Daar stond een Trace Elliot-combo die onze drummer ooit gekocht had. Het ding klonk vreselijk. Te grof en ruw. Deze bunker, met houtkachel, was echter enorm vochtig. Alles verging daar. Een beetje versterker was binnen een half jaar helemaal vergaan, dus gitaren, bassen en versterkers gingen mee naar huis of in een speciaal hok met verwarming en vochtvreters. De Trace Elliot hield het echter tien jaar vol en leeft nog. Een wonder.